Museumwandeling Giethoorn
Het is vanaf mijn huis maar een halfuur rijden, maar toch was ik sinds mijn jeugd niet meer in Giethoorn geweest. Ik herinnerde mij vooral Museum De Oude Aarde, dat ik eind zeventiger, begin tachtiger jaren met mijn ouders, zusje en nichtjes had bezocht. Doorgehakte stenen die van binnen prachtig flonkerden of die gladgepolijst hun inwendige schat prijs gaven. Ik vond het fascinerend en was jaloers op de uitgebreide stenenverzameling van mijn nichtjes, die vaste klant waren bij het museum. Was het nog steeds zo fijn in Giethoorn? Tijd voor een hernieuwde kennismaking!
Fluisterfile
Inmiddels voorzien van een eigen gezin (man en twee kinderen) loop ik op een warme zondagmiddag in juni de ‘TOP-wandeling Giethoorn’. We parkeren vlakbij het VVV-kantoor, gehuisvest in het gloednieuwe Kulturhus. Dit stukje Giethoorn is kaal en strak en niets doet vermoeden dat nabij het pittoreske dorpje begint. We lopen langs een strak kanaal en het oude gemeentehuis naar het waterrijke centrum. Onderweg wordt ons meerdere malen gevraagd of we een boottochtje willen maken. In een rondvaartplatbodem of met een ‘eigen’ fluisterbootje. Maar we volgen niet voor niets een wandelroute. En dat blijkt geen onverstandige keuze, want op deze mooie dag zitten de grachtjes van Giethoorn bomvol bootjes. File op het water!

Krokodillen en fossielen
We komen langs museumboerderij ’t Olde Maat Uus, waar drie oude dametjes in klederdracht op hun gemak traditionele ‘kniepertjes’ (wafeltjes) bakken. Naast de boerderij staat het mooie Doopsgezinde kerkje met de enige toren van het dorp. Van een kaal en nieuw stuk zijn we inmiddels terecht gekomen op met veel groen omzoomde smalle paadjes. De vele, smalle bruggetjes vormen een attractie voor onze zoon van vier en dochter van drie! We nemen het uitstapje naar links in de route om naar De Oude Aarde te gaan. Wat een prachtige huizen staan er op weg naar het museum! En, ondanks alle mensen en bootjes, is het aangenaam rustig door het ontbreken van auto’s. Bij De Oude Aarde kunnen we op vertoon van de route met korting naar binnen (de caissière checkt even of dat klopt, jawel), dochterlief mag nog gratis. Onze kinderen krijgen ieder een speurtocht met pen uitgereikt, waarop vragen staan als: ‘Welke kleur heeft het mineraal Amethist?’ en ‘Hoeveel tenen heeft een krokodil’. Die krokodillen hebben grote aantrekkingskracht, inclusief de schildpadden “die gewoon over de krokodil heenlopen!”. Het museum blijkt veel kleiner dan in mijn geheugen, maar de stenen fonkelen en schitteren er niet minder om. Ook de fossielen zijn prachtig. In de museumwinkel worden de ingevulde speurtochten nagekeken en ondanks een foutje (er zitten twéé versteende vissen in de collectie) verdient ons kroost een zakje met kleine steentjes.

Vervenershuisjes
Buiten weer over het bruggetje en terug naar de route. De punterwerf is helaas op zondag gesloten, maar de terrassen zijn open en drukbevolkt. Op een terras naast dat van Grandcafé Fanfare, worden we ondanks dat snel geholpen. We hebben wel trek gekregen in een broodje! We besluiten niet de lange versie van de route (7 km) te lopen, maar de korte variant (4,5 km). We komen nog langs een paar oude vervenershuisjes, die een contrast vormen met de luxe woningen elders in het dorp. Bijna aan het eind van de route hebben we allemaal wel een raketje verdiend. Terug bij de auto spiekt mijn man nog even in de etalage van de lokale makelaar. Toch wel erg mooi, dat Giethoorn!
Meer informatie over de gelopen route
Tekst en foto’s: Berber van Oyen























