De afgelopen twee weekenden verbleef ik in de twee uiterste punten van een van onze meest uitgestrekte provincies. Het verschil kan haast niet groter zijn. De provincie zou eigenlijk de Verenigde Staten van Oost-Nederland moeten heten. Want als Overijssel iets met Amerika gemeen heeft dan is het wel de onvergelijkbaarheid van de verschillende landsdelen.
Vakantiegevoel
Het eerste weekend trein ik samen met oudste zoon Eden van vier naar Zwolle. De stad van de Blauwe Vingers is een ideale uitvalsbasis voor fietstochten. De fiets met aanhangfietsje daarom in de trein meegenomen. Vanuit Zwolle peddelen we ontspannen langs het Zwarte Water richting Hasselt. We hebben de wind in de rug, de zon schijnt en wanneer de nieuwbouwwijken van Zwolle uit het zicht zijn, hebben we het vakantiegevoel al helemaal te pakken. We zien veel groen, water, bootjes en dagjesmensen op de fiets. Meisjes op de dijk proberen ons appels te verkopen. Eden hoeft geen appel en dus rijden we verder. Natuurlijk bedenkt Eden zich vijf kilometer verderop dat hij liever toch wel een appel had gehad, maar paps peinst er niet over om rechtsomkeert te maken. Iedere ouder weet dat de appel nu het gespreksonderwerp van de verdere middag blijft en iedere ouder weet ook hoe je er van af komt; beloven dat je op de terugweg wel een appel zal kopen, wetende dat je er toch niet meer langs komt. Ouders zijn doortrapte rotzakken.
Indrukwekkende schrootstapel
Al snel doemt in de verte Hasselt op. Het fraaie Hanzestadje met de historische binnenstad heeft haar entree verpest met een fors industrieterrein waar langs de Industrieweg en de Productieweg oerlelijke bedrijfsgebouwen zijn verrezen. De enorme schrootstapel langs het toeristische fietspad vindt Eden echter beslist indrukwekkend. Lelijkheid is dan ook een relatief begrip. In Hasselt is net het jaarlijkse Euifeest begonnen dat sinds 1959 wordt georganiseerd door de plaatselijke Oranjevereniging. Men versiert en verlicht er de pittoreske straten, de kermis en de feesttent bieden vertier voor jong en oud, er zijn wedstrijden waaronder een Miss verkiezing en een grote optocht die ieder jaar wordt bijgewoond door duizenden belangstellenden. Wanneer wij aankomen in Hasselt heeft de lokale bevolking nog een kater van de afgelopen nacht. Dat belooft wat voor de rest van de week, voorspelt het meisje op het terras waar we wat drinken.
Talloze bootjes
Na Hasselt fietsen we door richting Zwartsluis. Het fietspad er naar toe loopt langs de provinciale weg en is nogal saai, vindt ook mijn zoon. Een ijsje in het centrum maakt veel goed en na een korte bezichtiging van de havenplaats is het verder richting Belt-Schutsloot. Nu wordt pas goed zichtbaar hoe sterk de waterrecreatie in dit gebied vertegenwoordigd is. Talloze bootjes liggen er aangemeerd. De eigenaars, op het eerste gezicht vooral pensionado’s van het goede leven, zitten op tuinstoeltjes langs de waterkant en nemen het er van.

In Belt-Schutsloot pronken de versierde vaartuigen van de bekende gondelvaart die jaarlijks iedere tweede vrijdag van augustus plaats vindt. Er zijn schitterende exemplaren bij; zelfs een gedetailleerd nagemaakt piratenschip compleet met een kanon dat het dorp af en toe op haar grondvesten doet trillen. Groepjes mensen, naar ik vermoed de lokale bevolking en de bouwers van de varende kunstwerken staan met kratjes bier op de oever. ‘Je moet ze ’s avonds zien als ze verlicht zijn’, zegt een inwoonster. Ik geloof haar graag, maar mijn zoon lopen de rillingen bij de gedachte alleen al over de rug; de imposante gondel met de schedel en de inktviskop vindt hij bij daglicht al doodeng. Dan maar van de glijbaan rechtstreeks het water in, een half uur spartelen in de avondzon, klappertandend in de warme kleren, een gehaktbal met gebakken aardappels in een restaurant aan het water en tot slot als een blok in slaap vallen in de trekkershut. De volgende dag terug naar huis via station Meppel. ‘Hee, zo komen we niet langs de appels!’, merkt mijn zoon nog scherpzinnig op.
Lutterzand
Een week later vertrek ik naar precies de andere kant van Overijssel; De Lutte bij Oldenzaal. Dit is het uiterste puntje van Overijssel. Ofschoon ik van de lokalo’s niet hardop mag zeggen dat het ver weg is, geeft mijn mobiele telefoon bij het prachtige natuurgebied Lutterzand wel degelijk aan dat ik in Duitsland ben aanbeland. Nu is het ook weer niet zo heel ver; met een iets betere treinaansluiting zou men al gauw een half uur reistijd besparen en is de afstand tot Amersfoort goed anderhalf uur. En wat is anderhalf uur reizen voor zo’n prachtig gebied ?

Vond ik Tukkers altijd al aardig en gastvrij; nu valt me ook op dat het een praatgraag en trots volk is. In de korte tijd dat ik er verblijf wordt me wel zes keer verteld dat Ajax er wel eens traint, hoe fraai de hotels er zijn, hoe mooi de omgeving is en weet ik ook exact wie er wel en niet naar de voorstelling van Boukje Schweigman zijn gekomen. Haar voorstelling ‘Wiek’ staat drie dagen aan rivier de Dinkel en tot ieders verrassing is de voorstelling, een niet heel gemakkelijke maar prachtige dansvoorstelling tussen een enorme draaiende wiek, volledig uitverkocht. De mond tot mond reclame heeft zijn werk gedaan en bij de deur moet nee worden verkocht. Het bewijs dat kunst ook op een niet voor de hand liggende locatie grote aantrekkingskracht kan uitoefenen op een breed publiek, dat in De Lutte varieert van jong tot ouder, lokaal en import. Ook de burgemeester, de gedeputeerde, de schouwburgdirecteur en Herman Finkers geven act de presence en genieten naar horen zeggen volop van ‘Wiek’.
Hypnotiserend
Men krijgt dan ook veel voor de 11 euro die men betaalt. De wandeling naar de locatie van de voorstelling voert het publiek door het unieke natuurgebied Lutterzand wat meteen een ‘Oerolgevoel’ oproept. Halverwege trakteert de Twentse bierbrouwerij op gratis pils in drie varianten, staan er hapjes en speelt een gitaarduo deuntjes. De voorstelling, waarvan je je in het begin afvraagt of deze een uur kan boeien, hypnotiseert snel. Alleen de wethouder van Losser, die er luidkeels prat op gaat een cultuurbarbaar te zijn, gaat al na tien minuten weg.

Ongemerkt valt de avond en wanneer de vervaarlijk draaiende wiek is bedwongen worden de drie danseressen beloond met een ovationeel applaus. De boer bij wie het gezelschap overnacht (zijn zoon schijnt bekend te zijn van Boer zoekt Vrouw) staat als eerste; wie zo hard werkt als een paard kan op zijn warme waardering rekenen, legt hij organisator Jan Eijsink van Kunsten op Straat in plat Twents uit. Witte Wieven met lichtjes begeleiden de bezoekers door het donker terug naar Paviljoen ’t Lutterzand waar het nog lang gezellig blijft en het bier uiteindelijk wordt weggespoeld met warme chocolademelk. Of dat een Twentse gewoonte is weet ik niet (als Groninger spoel ik bier gewoon weg met bier) maar het kan ook aan het feit gelegen hebben dat de nacht koud werd en de mensen moe. Het was in ieder geval een gedenkwaardig evenement in een schitterende omgeving. Thuis maar eens op internet kijken of we er een vakantie kunnen boeken. Of er solliciteren natuurlijk. Als wethouder van Losser.













